Met tekeningen bij Europera 3&4, 10 Juni
John Cage is een van de weinige heiligen van de hedendaagse muziek. De andere zijn Claude Vivier, die op 35-jarige leeftijd vermoord werd; Anton Webern, die zijn leven lang alleen een klein aantal heel korte, heel preciese stukken schreef; Harry Partch, die zijn eigen instrumentarium bouwde voor zijn muziektheater in afwijkende toonsoorten; en Yannis Xenakis, de architect die componist werd en daarin onverbiddelijk geometrische principes toepaste. Wat hen die “heiligheid” verleent is hun compromisloosheid – het consequent doorvoeren van een muzikale visie, desnoods tegen de realiteit in. Cage is van dit stel waarschijnlijk de bekendste en invloedrijkste. Vivier, Webern, Partch en Xenakis zijn muziek voor kenners gebleven, maar Cage is gemeengoed geworden: weinig mensen kennen meer stukken dan 4’33” (ook wel bekend als: Stilte), maar als de twintigste-eeuwse avantgarde ergens de manier heeft veranderd waarop we naar muziek luisteren, dan komt dat allereerst door Cage.




