Posts tonen met het label literatuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label literatuur. Alle posts tonen

maandag 22 februari 2016

Umberto Eco: mindcandy for the millions

Vandaag op hard//hoofd
 


Op de Biënnale van Venetië, in het Italiaanse paviljoen, was een video met Umberto Eco te zien. Hij vertelde iets over het verlies van cultureel geheugen en dat jonge mensen niet meer fatsoenlijk leerden hoofdrekenen door al die elektronische apparaatjes.
Het Italiaanse paviljoen was al geen hoogtepunt van vooruitstrevendheid, met teveel gereflecteer op het eigen erfgoed, maar deze oude-oligarchenpraat was werkelijk erg. Het werd tijd, mopperde ik terug, dat Umberto Eco eens dood ging.

Nu is hij dood – en dat is, vanzelfsprekend, een immens verlies. Eco, die lang voordat hij een onwaarschijnlijke bestsellerauteur werd academisch carrière maakte met het bestuderen van culturele tekensystemen, was zelf een cultureel icoon geworden.
Hij was het uitvergrote archetype van de Italiaanse intellectueel met zijn ietwat groezelige baard, bril, eeuwige peuk, Borsalino-hoed en de liederlijke gewoonte om met zijn studenten tot laat te disputeren in Bolognese osteria’s. Zoals Château Disneyland de doorgefokte versie is van Slot Neuschwanstein, zo was Eco de overtreffende trap van Europees cultuurgoed: een man die vijf levende en twee dode talen sprak en alom wordt geprezen om zijn wellevendheid. In een interview ergens aan het begin van deze eeuw vertelde hij dat hij, met 100.000 boeken in zijn ene huis, ‘een kleine handbibliotheek’ van 30.000 in het tweede en nog 5.000 in het derde, de dubbele exemplaren aan het weggeven was aan de gevangenis. Zelf schreef hij er ook een paar dozijn.

dinsdag 14 juli 2015

Cover Op Ruwe Planken 14.2

Nijmeegs literair (studenten)tijdschrift Op Ruwe Planken vroeg me de omslag te verzorgen voor het Theaternummer. Hij is mooi geworden. Vind ik.



maandag 6 april 2015

Zes tekenlessen en een hedendaags klooster

Gisteren in hard//hoofd, in het kader van de manifestatie Memory Machine


Ik lees in de U-Bahn. Er is weinig anders te doen. Het is een kwartier naar het Haus der Festspiele, een half uur naar Potsdammer Platz, drie kwartier naar Hamburger Bahnhof. Meestal lees ik, zoals gebruikelijk, vakliteratuur. Maar de eerste dagen in Berlijn las ik Six Drawing Lessons van William Kentridge; het zijn de lezingen die Kentridge gaf in Harvard terwijl hij bezig was met de multimediale installatie The Refusal of Time.

In Six Drawing Lessons probeert Kentridge, in woord en beeld, zich rekenschap te geven van hoe hij als kunstenaar met het beladen Zuid-Afrikaanse verleden omgaat. Hij vraagt zich aan het begin af wat hij als kunstenaar eigenlijk over geschiedenis te melden heeft, en zijn antwoord zit ergens verscholen in een passage die ik niet terug kan vinden: recht doen aan de kakafonie van de ervaring. Historische verbanden en associaties waaieren alle kanten op, en The Refusal of Time vangt dat in een indrukwekkende maalstroom van beelden. Het was de eerste keer dat ik als historicus jaloers was op een kunstenaar.

Meestal heb ik mijn schetsblok bij me. Dat is mijn manier om beter te kijken. Lang vertelde ik mezelf dat ik in vreemde steden moest kijken alsof ik het allemaal moest onthouden; tegenwoordig teken ik het na. Al zolang als ik me kan herinneren heb ik een preoccupatie met ‘schuldig landschap’: plekken die door de geschiedenis besmet zijn. Wat dat betreft zit ik goed in Berlijn. De stad is een monument voor zijn verdwenen zelf. Midden in het centrum zijn grote kale plekken, alsof het een kwart eeuw na de val van de muur nog altijd niemandsland is.

vrijdag 11 april 2014

Drie verhalen over narrativiteit

Gisteravond verzorgde ik namens hard//hoofd drie live columns bij de HF Young Academy, een programma als opwarmertje voor het Holland Festival. Hoofdacts waren een lezing van dramaturg Tobias Kokkelmans en een interview met danser/balletmeester Christopher Roman, waar ik in mijn tweede en derde column naar terugverwijs. De tekst ontstond grotendeels ter plekke en was via koptelefoons te beluisteren. Onnodig te zeggen dat het een nogal schetsmatig en associatief geheel is.



Ik heb drie verhalen: over een schildpad die verliefd is op een Duitse helm, over pragmatische implicatuur, en over een oude tante uit de hel. Die verhalen zijn onafhankelijk van elkaar te beluisteren, maar alleen het eerste is al af. De andere twee kunnen jullie later op de avond horen, en er zelfs suggesties voor aandragen.


I.

Er is een schildpad die een relatie heeft met een Duitse helm. Ik heb dat niet zelf gezien, ik heb het gelezen bij Midas Dekkers en die had het weer van Urbanus, en het is twintig jaar geleden dat ik dat gelezen heb dus het beest zal wel dood zijn. Maar omwille van het verhaal: er is een schildpad die een relatie heeft met een Duitse helm. Als die schildpad over de daarvoor noodzakelijke conceptuele vermogens beschikte zou hij waarschijnlijk denken dat hij elke dag zinderende seks heeft met de mooiste vrouwtjesschildpad die er is. Maar als hij die conceptuele vermogens had zou hij ook bedenken: nee gast, dat is geen vrouwtjesschildpad, dat is een Duitse helm!

Wij mensen, wij weten wel beter.