vrijdag 4 januari 2008

Mithridates, 1806

In 1806 publiceerde Johann Christoph Adelung, eerder al verantwoordelijk voor een kritisch-vergelijkend Duits woordenboek en beschouwingen over de oorsprong van taal en cultuur, het eerste deel van Mithridates, oder Allgemeine Sprachenkunde, waarin de ca. 450 toen bekende talen met elkaar werden vergeleken aan de hand van het Onze Vader. Die vier delen bevatten dus --- juist, meer dan 450 Paternosters. Niet omdat de man godsdienstwaanzinnig was maar omdat het meeste pionierswerk in het taalverzamelen gedaan was door missionarissen, en die hadden niet als hoofdtaak om een grammatica en lexicon samen te stellen.

Terwijl Adelung in hetzelfde jaar sterft, zit Friedrich Schlegel in Parijs Sanskrit te leren van een krijgsgevangen lid van de Asiatick Society, en nog voor het laatste deel verschijnt (met een nawoord van Wilhelm von Humboldt, 1819) heeft Franz Bopp al Über das Conjugationssystem der Sanskritsprache voltooid, waarin hij systematisch grammatica's vergelijkt. Ondertussen wordt Adelungs vergelijkende lexicografie achterhaald door een Deen op IJsland en een sprookjesverzamelaar in Kassel. Met zulk Nachleben is het makkelijk om Adelungs Mithridates af te doen als een pre-revolutionair werk.

Terecht? Je kunt hem moeilijk verwijten dat hij de Wet van Grimm niet ontdekt heeft. Hij legt zichzelf een wetenschappelijke zelfbeperking op die zijn verlichte en theologische voorgangers niet konden opbrengen, maar doet dat wel in 18e-eeuwse retoriek:

Ich habe keine Lieblungsmeinung, keine Hypothese zum Grunde zu legen, sondern ging unmittelbar von dem aus, was ist, ohne mich um das zu kümmern, was seyn kann, oder was seyn sollte. Ich leite nicht alle Sprachen von einer her; Noah's Arche ist mir eine verschlossene Burg, und Babylons Schutt bleibt von mir völlig in seiner Ruhe.

En voegt daar dan aan toe, dat de lezer hem wel een paar speculaties over de locatie van het Paradijs moet toestaan, maar dat het vrij staat om daar overheen te lezen want er hangt niks om.

En wat zijn die speculaties wel niet? Het Paradijs moet in Kashmir gelegen hebben, want daar groeit alles rijp en groen en fladdert en kruipt rond wat maar deel van de schepping uitmaakt. Bovendien (vreemde redenering) ligt het dicht bij de hoogste bergen op Aarde, dus was het het eerste vruchtbare gebied dat droogviel na de Zondvloed.
Dat pleit er ook voor, dat de Tibetaanse talen meer het karakter van een oertaal hebben, want ze zijn monosyllabisch. Juist ja. Dan is Adelung toch een stuk minder consequent dan Franz Bopp, die zegt dat er geen behoefte is aan gespeculeer en daarna dan ook niet meer speculeert. Maar zo heel 'achterlijk' is zijn redeneertrant nou ook weer niet, als je het vergelijkt met Schlegels Über Sprache und Weisheit der Indier (1808).

Schlegel, namelijk, verwerpt het idee dat taal in het algemeen voortkomt uit primitieve imitaties; hij onderscheidt 'mechanische' (isolerende en agglutinatieve) talen van 'organische' (vervoegende), en omdat het Sanskrit juist consequenter en complexer vervoegt dan Latijn en Grieks, moet dit dus wel van oorsprong zuiver zijn, en 'dus' terug te voeren op goddelijke openbaring. Niet minder achterlijk dan Adelung, vooral niet als je meerekent dat Über Sprache und Weisheit de overgang markeert van Schlegel de romantische revolutionair naar Schlegel de katholieke reactionair. Niet voor niets heet mijn paper over dit boek The Dark Side of Bildung?.

Maar Schlegel had wél, malgré soi, het idee postgevat dat 'primitieve' talen niet simpel zijn.

Een nieuwe vraag aan taalwetenschapshistorici. Waarom heet dat boek van Adelung Mithridates ?
Volgens wiki was Mithridates (VI, 120-63 b.c.) een Perzische koning, die de Romeinen geduchte tegenstand bood en zich beschermde tegen vergiftiging door gewenning aan onschadelijke, maar steeds grotere doses gif. (Wat nu nog wordt aangeduid als mithridatisme.) Maar wat heeft dat met het vergelijken van talen aan de hand van het Paternoster te maken?

dinsdag 1 januari 2008

Ik hou niet van poëzie, ik kan het alleen niet laten (4)


Artemisia's wiegelied


Artemisia ligt op een zilveren lepel.
Langzaam
rekt zij zich uit, Artemisia
spreidt zich uit in een glazen
wieg, suikerklontjesfee.

Schoppenzetters en hameraars
met as bedekt, in de schaduw van de grote
rookpijpen, sikkels onder de nagels;
als de stoomfluit huiswaarts blaast
drinken wij de melk van Artemisia’s tieten.

Of dat de naam van het ganse kruid
of alleen van de giftige variant was
en waarom bitter en giftig
in het Hebreeuws dezelfde woorden zijn
schreef Prof. Joh. Michaelis, Vragen
aan een genootschap van geleerde mannen
op reis naar Felix Arabia,
Göttingen 1759

Ook al dans je nog zoveel
dodendansen, al pijp je nog zoveel
rattekruid, Artemisia,
wiegeliedjes fluitend,
al hamel je nog zoveel grut, al bevat
je nog zoveel tujol,
mij krijg je niet, je tijd
is voorbij, je uur heeft geslagen.

Dat blind maakt, dat sikkelt,
dat met verstenende grijsgroene ogen
je penetreert, dat je neusgaten openspert
en het brein aan een haak naar buiten trekt:
Lilith ist das!
Dat blind maakt? Als je het nog niet wist,
bok, ze zit in jouw kop,
de gebottelde zeemeermin, die zogenaamde
‘femme fatale’.
De butler was kopersulfaat.

In wormhout, op kalkgrond,
venkelzaad en citroengras,
zachter dan papaver –
druifluis kruipt in de wijnstok.

Daar komt de dandy.
Achter een kreeft aan, zie je
niks vreemds aan mijn haar?, generaal Aupick
moet tegen de muur.
‘I wish I had said that.’
‘You will, Oscar, you will.’

Leg je dooraderde
koele handen op mijn hoofd,
Artemisia.

donderdag 27 december 2007

Onze geliefde minister van financiën


...en mijn eerste politieke karikatuur.

Is er iemand die weet in hoeverre de rampspoed bij de Belastingdienst terug te voeren valt op zijn staatsscretariaat?

Zeer geschikt voor een boekenlegger

Niet alleen vanwege het langwerpige formaat van de afbeelding, maar ook omdat het postuur van James Joyce wel iets van een boekenlegger had (lang, mager, hoekig en flapperig).

maandag 10 december 2007

Koekeloerende minuten in de Brakke Grond

In de Brakke Grond is op het moment een tentoonstelling van one-minutes. Vreemd genoeg is hier op hun website geen spoor van te vinden. Terwijl het toch een stuk onderhoudender is dan de grote zaal vol Antwerpse underground-parafernalia, die hoogstens wat anarchische nostalgie opwekken (de tentoonstelling Kopstoot).

Volgens de website theoneminutes.org is een one-minute een filmpje dat maximaal twee minuten mag duren. Een kunstvorm die zeer geschikt is voor internet dus, maar sowieso een krachtig tegengif tegen de oeverloosheid van langgerekte kunstfilms. (Een probleem dat ook verholpen kan worden door kaleidoscopische opstelling, zoals bij Warhol in het Stedelijk - zie mijn eerdere post hierover.)
Maar als het al op internet is, waarom dan nog in de Brakke Grond? Ten eerste omdat het aanbod ordelijker is. De Brakke Grond heeft tien of twaalf categorieën onderscheiden en vertoont daarin steeds doorlopend een aantal filmpjes. Als je na 5 minuten hetzelfde filmpje weer ziet terugkeren heb je mooi genoeg van het onderwerp en kun je verder naar het volgende. Op de website daarentegen word je maar wat rondgestuiterd, zolang je geen namen van makers kent om gericht op te zoeken. Ten tweede vanwege de opstelling. De (pc) schermen staan opgesteld achter schotten met een gleuf erin, koptelefoon ernaast, in een kring. Past mooi in een kleine ruimte en als je niet de enige bezoeker bent, nog goed voor de sociale interactie ook.

Zien. Hup.

vrijdag 7 december 2007

Dank u zeer, UvA Scripties Online

Het papieren onding hoort nu tot het publieke domein. Voor iedereen te downloaden op UvA Scripties Online.

zondag 2 december 2007

Twee vragen aan taalwetenschapshistorici

1. Hoeveel mensen waren er die Arabisch schrift konden lezen in Duitsland rond 1800?

Friedrich Schlegel vergelijkt in Über Sprache und Weisheit der Indier (1808) Indische woorden met Perzische. De Indische geeft hij weer in westers alfabet, om de simpele reden dat er geen Sanskrit letterblokken voorhanden waren en hij geen geld had om die te laten snijden, maar de Perzische staan er in Arabisch schrift, zonder transcriptie.
In mijn paper The Dark Side of Bildung? vroeg ik me tussen haakjes af: 'How many people could read that in Germany in 1808? One thousand?' De grote Leezenberg schreef in de marge: far less!
Maar het blijkt nu dat Arabisch schrift zonder transcriptie ook al voorkomt in Johan Michaelis' (Neue) Orientalische Bibliothek (1771-1793). Wellicht ook wel eerder. Michaelis was de persoon die de leden van de eerste wetenschappelijke expeditie naar Felix Arabia Arabisch leerde, en trouwens ook de schoonoom van Fr. Schlegel. In ieder geval: er was dus in de 18e eeuw al Arab type! Zo weinig lezers kunnen er dus toch ook weer niet geweest zijn, ook al was het boeken kopende publiek sowieso nogal beperkt. (5ooo mensen, stelt Lesley Sharpe in The Classical Age of German Literature, 1740-1815.)

2. Hoeveel talen had iemand kunnen leren in Italië in de tweede helft van de 15e eeuw?

Voltaire schrijft sceptisch over de mythische talenkennis van Pico della Mirandola:

On dit qu'a l'âge de dix-huit ans, il savait vingt-deux langues. Cela n'est certainement pas dans le cours ordinaire de la nature. Il n'y a point de langue qui ne demande environ une année pour bien la savoir. Quiconque dans une si grande jeunesse en sait vingt-deux, peut être soupçonné de les savoir bien mal, ou, plutôt il en sait les éléments, ce qui est ne rien savoir.

(Essai sur les mœurs et l'esprit des nations, vol. II, tome XII, chap. CIX)

Daar heeft Monsieur Arouet helemaal gelijk in. Maar los daarvan, in hoeveel talen zouden er boeken en leraren voorhanden zijn geweest? Duits, Frans, Engels, Spaans, Portugees, Grieks, Latijn, Hebreeuws, Arabisch, daar kan ik nog wel inkomen, hoewel niet allemaal tegelijk op een plaats. Maar verder? Welke Rus of Pers of Pool of Turk loopt er toevallig in Bologna of Modena of Firenze rond als Pico daar ook is, en heeft nog toevalliger ook een paar boeken op zak? Of koopt Lorenzo de Medici voor de gein een paar geschriften uit den vreemde die geen hond kan lezen, met vertalingen van Bijbelse teksten of zo?

Geloofwaardige of humoristische inzendingen worden beloond met een karikatuur van de inzender.