Polylinguale kinderpoëzie? Naja, alsof mijn kindergedichten echt voor kinderen bestemd zijn...
Alors, alors!
Daar komt de Fanfarlo!
Is het niet wonderbaar?
Nee, 't is niet wonderbaar.
Het is zelfs gans normaal.
Maar daar, maar daar!
NON È POS-SI-BI-LE !
Welzekerwaar.
Dat is de grote Lustucru.
N'avez vous vu, n'avez vous entendu
celui qui mange les p'tits gars
c'est le grand Lustucru!
Der kleine Kinder frisst?
Das gibts doch nicht!
Welzekerwaar!
donderdag 9 april 2009
zondag 5 april 2009
Walter Benjamin & Charles Baudelarie, deux haschischins flâneurs des passages

Vier jaar geleden hield ik een presentatie over Benjamin en Baudelaire voor het vak The Artist as a Hero of Modernity van Josef Früchtl. Die presentatie begon met de portretten van Eliot en Pound, en het commentaar van Pound toen hij Eliot voor het eerst had ontmoet:
'He has actually trained himself and modernized himself on his own. The rest of the promising young have done one or the other but never both (most of the swine have done neither). It is such a comfort to meet a man and not have to tell him to wash his face, wipe his feet, and remember the date (1914) on the calendar.'
Waarbij het gezicht van Pound met een felle aristocratische heersersblik, en Eliot als neat and shy young man. Er was duidelijk iets veranderd in het beeld van de kunstenaar sinds Rimbaud met zijn ongewassen haar.
Het paper naar deze presentatie, Love to hate the modern world, staat op archive.org; de manier waarop daarin het portret van Baudelaire door Nadar besproken wordt in vergelijking met dat van Pound, Rimbaud en Eliot vind ik nog steeds interessant.
(En terecht werd vanuit het publiek werd opgemerkt, toen ik een zeker citaat van Benjamin over Baudelaire's dandyisme aanhaalde: 'he's talking about himself'. Het is niet iets waarover ik makkelijk praat.)
Als toegift, hierbij voorstudies van Benjamin en Baudelaire:

maandag 30 maart 2009
Twee maal de tijd
OK, misschien getuigt het niet van goede smaak om in een kindergedicht te verwijzen naar de relativiteitstheorie, het Bureau des Poids et Mesures en Die Aufzeichnungen des Malte Laurids Brigge. Maar ik heb wel de neiging bedwongen om in het tweede gedicht te beginnen over Nazi's die je deur inschoppen.
I.
De tijd is de weg kwijt.
De klok tikt nog door
maar de wijzers zijn weer eens de weg kwijt.
De tijdstroom zit vast in de pijplijn.
De tijd is op reis.
Maar waar wijzen de wijzers
heen, en waarheen
zijn de wijzers verdwenen?
Waar blijft de tijd die verstrijkt
in een rijdende trein?
En de seconde van een seconde geleden,
waar is die gebleven?
En de tijd die ik voor later
had bewaard in een kluis?
De klok tikt door onder een stolp,
maar de tijd is niet thuis.
II.
Pak vast je koffers
voor als de klok slaat.
Regel vast iemand
die op de kat past.
Schrijf vast een brief
aan het liefste
meisje van hiernaast:
“Het spijt me
dat ik je nooit
heb uit gevraagd.
Maar het is te laat,
ik moet nu gaan
omdat de klok slaat.”
I.
De tijd is de weg kwijt.
De klok tikt nog door
maar de wijzers zijn weer eens de weg kwijt.
De tijdstroom zit vast in de pijplijn.
De tijd is op reis.
Maar waar wijzen de wijzers
heen, en waarheen
zijn de wijzers verdwenen?
Waar blijft de tijd die verstrijkt
in een rijdende trein?
En de seconde van een seconde geleden,
waar is die gebleven?
En de tijd die ik voor later
had bewaard in een kluis?
De klok tikt door onder een stolp,
maar de tijd is niet thuis.
II.
Pak vast je koffers
voor als de klok slaat.
Regel vast iemand
die op de kat past.
Schrijf vast een brief
aan het liefste
meisje van hiernaast:
“Het spijt me
dat ik je nooit
heb uit gevraagd.
Maar het is te laat,
ik moet nu gaan
omdat de klok slaat.”
zaterdag 28 maart 2009
Gilles Deleuze, a rhyzomatic body without organs
Gele stippen volgen
Gele stippen volgen.
Rode pijlen betekent achterstevoren
hinkelen. Groen staat voor
wachten tot je tot tien geteld hebt, en dan
achterstevoren. Blauw is hollen.
Pak een kaart. Prik een willekeurig punt.
Dat is waar je bent.
Zoek nu de plek op waar je echt bent
en vind de weg daarheen.
Verfrommel de kaart.
Pak een pistool en vraag aan de eerste persoon
die je tegenkomt:
de weg naar hier of je leven.
Klappertjespistool, natuurlijk,
maar het moet er wel echt uitzien.
En dan hinkelen.
zondag 22 maart 2009
Gavagaius Quinensus

Missing link between duck and rabbit, with philosophical traits. Rumor has it that Gavagaius survived in an evolutionary pocket well into the twentieth century, in the proximity of what is now Cambridge, Massachusetts, and that the last examplar of this species is preserved stuffed in the reliquary of the Cathedral of Learning, Pittsburgh.
The name is probably of American Native origin, although of a now extinct and isolate language family. Reports from the Quine-Davidson expedition surmise that the origin of the expression is ga'-va-gai [what-you-mean?]. This is disputed by Ian Hacking ("Was there ever a radical mistranslation?", Analysis 41:4, 1981; pp. 171-5)
Abonneren op:
Posts (Atom)


