maandag 29 juni 2015

Een festival van tussenvormen

ArtScience Interfaculty 25 jaar (ASIF25)
Paradiso, 27 juni

Vandaag op Gonzo (circus)

(SHIFT) door Optical Machines


ArtScience bestaat 25 jaar. ArtScience is de ‘interfaculteit’ van het Koninklijk Conservatorium en de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag, die zich, zoals de naam al zegt, niet alleen toelegt op relaties tussen geluid en beeld maar ook tussen kunst en wetenschap. Een grote afdeling is het niet – de afdelingshoofden maken gewag van 221 alumni sinds het schooljaar 1979-80 – maar het is een opleiding die als weinig andere school gemaakt heeft: als er in Nederland iets met installaties en projecties gedaan wordt, is de kans groot dat ArtScience er mee te maken heeft.

Répons/Dépons

Het jubileumfeest, afgelopen zaterdag in Paradiso, heette officieel deel van het Holland Festival te zijn. Daar was weinig van te merken: er was geen logo of staf van het HF te zien, en de festivalorganisatie was al twee dagen eerder begonnen met terugblikken en bezoekersaantallen publiceren. De enige link bestond uit een lezing over wijlen Dick Raaijmakers, de oprichter van de interfaculteit, en zijn reactie destijds op Boulez’ Répons, een van de spektakelstukken van het HF dit jaar. Die reactie was dan ook markant. Raaijmakers vond dat Boulez met het gebruik van de computer als echoput in Répons de muziek tot het ‘simpelste, primitiefste principe van de herhaling had teruggebracht’, maar daarmee wel de rol van de uitvoerende uit het oog was verloren. Dus schreef Raaijmakers Dépons, waarin een acteur met citaten van Boulez en Oosterse theatergebaren de echo’s aanstuurt.

Coolness en knutselen

Het programma van ASIF 25 bestaat passend genoeg uit lezingen, een tentoonstelling en een concert – de formats waar ArtScience altijd tussenin laveert. ‘Science’ betekent in deze context overigens hoofdzakelijk technologie, en in artistieke vorm gegoten varieert dat van uiterst coole tekenmachines en geometrische video’s tot ruw afgewerkte apparaten die er doelbewust uitzien als knutselwerk. Zo rijdt er een maankarretje rond met plantjes op zijn rug, dat gaat bewegen als je de plantjes aait; daarnaast staat in een glazen pilaar een kunstmatige draaikolk te draaien. Mariska de Groot maakt schaduwprojecties met schijnwerpers en geperforeerde draaischijven; verplaatsbare lichtsensoren vertalen dat vervolgens in een soundscape. Bij Optical Machines van Rikkert Brok en Maarten Halmans is het contrast tussen de abstracte coolness van hun videobeelden en de knutseligheid van hun apparatuur groot: ze maken hun patronen van lichtvlekken door rastertjes voor een camera te zetten, en daar dan met tientallen lampjes op stokjes langs te wapperen.

Hypnose

Joost Rekveld in #37, en Matthijs Munnik en Joris Strijbos in U-AV, hebben eenzelfde uitgangspunt: een hypnotisch effect oproepen met beeldpatronen die te complex zijn om voor de kijker geheel te volgen. Alleen verschilt dat effect nogal. Bij Rekveld is het een meditatieve stroom van kleurige kaleidoscoopmotieven met milde ambiente noise eronder, bij Munnik en Strijbos is het een stroboscopische aanslag op je hartslag: techno voor hogergeschoolden. De overtreffende trap van verlicht knutselen wordt wel bereikt door The Leslies (Horst Rickels en Robert Pravda), die door de zaal heen allerhande roterende speakers op voetstukken hebben geplaatst, en zo via acht kanalen oorspronkelijk analoge geluiden vervormen.

Mika Vainio, die de avond moest afsluiten, zorgt eerst nog voor een relletje door stomdronken door het optreden van Optical Machines heen te schreeuwen, in de veronderstelling dat hij dan al aan de beurt is. “That’s not my music. Fuck you!” Uiteindelijk wordt hij door de beveiliging met een pleister op zijn hoofd naar buiten gesleept, om een uur later gedwee alsnog plaats te nemen achter de draaitafel. Daar produceert hij zoveel decibellen dat de zaal binnen een paar minuten leegloopt.

Geen opmerkingen: