vrijdag 6 februari 2009

Russell en Wittgenstein, nogmaals

of: The case of the missing hippopotamus



Een van de eerste aanvaringen tussen Russell en Wittgenstein ging over de vraag of er in de kamer geen rhinoceros/olifant/nijlpaard aanwezig was. Douwe (zie reactie onder vorige post) had daarom gehoopt dat mijn afbeelding van Russell en Wittgenstein ergens onder tafel een nijlpaard zou bevatten. U vraagt en wij draaien.

Het is overigens een rhinoceros in Russell's brief aan Ottoline Morell over zijn nieuwe leerling, en een nijlpaard in zijn In Memoriam voor Wittgenstein in
Mind.

"My German engineer, I think, is a fool. He thinks nothing empirical is knowable- I
asked him to admit that there was not a rhinoceros in the room, but he wouldn’t." [1911]

"I invited him to consider the proposition: 'There is no hippopotamus in this room at present'. When he refused to believe this, I looked under all the desks without finding one; but he remained unconvinced." [1951]

Een omvangrijk artikel is te downloaden op de site van het Rhino Resource Center. Op YouTube zijn twee fragmenten te vinden uit Derek Jarman's film Wittgenstein: over de taal van leeuwen
en over obscene gebaren.

"
You always misunderstand me, Russell" is trouwens een uitspraak van vijfendertig jaar later, tijdens de beroemde aanvaring tussen Popper en Wittgenstein, beschreven in David Edmonds, Wittgenstein's Poker, waarbij Wittgenstein Popper met een haardpook bedreigd zou hebben.

Om dan toch nog met een hippo op de proppen te komen - onlangs zocht ik mijn oude tekeningen door op zoek naar een karikatuur van mezelf, en kwam zo mijn karikaturen uit mijn middelbare schooltijd weer tegen. Ik was helemaal vergeten dat ik dit negen jaar geleden getekend had. Volgens mij zijn onderstaande hippo's nooit verschenen in de Climax.



donderdag 5 februari 2009

3 duo's

Bertrand Russell & Ludwig Wittgenstein


Donald Davidson & Richard Rorty



Samuel Beckett & Marcel Proust


Broodnodige toelichting:

Samuel Beckett is weliswaar nauwer verbonden aan James Joyce, maar in zijn essay over Proust toch wel op zijn meest filosofisch. Lees hier een stuk erover op een Proustblog. Leuk voor Joyceanen: de Shem and Sam strips van Peter Walsh en Brian O'Toole.

Over Rorty's verhouding tot Davidson is de nodige discussie. Mijn eigen opvatting hierover is dat Rorty naar believen shopt in Davidson's taalfilosofie zonder er oog op te houden of de conclusies die hij van Davidson overneemt nog wel gelden binnen zijn eigen argumentatie. Ik was dan ook ronduit verbaasd om de volgende conversatie tussen Davidson en Rorty te zien, waarin Davidson juist zulke kritiek op Rorty tegenspreekt en Rorty prijst om de creatieve toepassing van DD's ideeën.
Donald Davidson als balletdanser? Dat klopt, dat was een van zijn kortstondige passies. Richard Rorty als Humpty Dumpty?

vrijdag 30 januari 2009

Twee kindergedichtjes & illustratie



Dit is de dag van daarom.
Waarom komt later.

Dit is het moment van brand brand brand!
Straks komt het water.

Dit is de plek van hier.
Ergens anders is daar.

Dit is de laatste van al onze vragen.
Straks is het eten klaar.



[Kleine Notiz über die Verfahrungsweise des poetischen Geistes:
De oorspronkelijke versie, geschreven op een hotelkamer in Göteborg, was niet geschikt als kindergedicht. Wat is het verschil tussen die versie en deze? Één woord. "Eten". Laat dat woord weg en de laatste zin klinkt haast suïcidaal. Zo erg was het trouwens ook weer niet met me gesteld.]


[Tekening gemaakt in de trein terug uit Berlijn. Jaja, ik reis wat af tegenwoordig. Ik zal er eens over gaan bloggen.]


Rond om de ronde
toren omhoog langs de wentel-
trap tot op de hoogste
top en op de top
is alles klein:
de mensen zijn muisjes,
de auto’s van drop.

Kronkelend als een kurken-
trekker wentelt de trap
omhoog en omlaag.
Niet als de ijzeren Eiffel-
toren maar
als een bakstenen bruidstaart,
laag over laag.

Bovenaan kun je
verstoppertje spelen
in de Emmenthaler gaten
van de maan van kaas,
wolkenwijn drinken,
de sterren op stokjes
prikken en schikken
in een hele grote vaas.

Die zet je dan op de top
en dan vang je
de zon in een goudvissenkom.
En dan rommeldebom!
valt de toren om.

woensdag 28 januari 2009

Spinoza, moreel meetkundige


Naar aanleiding van de discussie onder de kop van Calvijn (zie mijn post van afgelopen donderdag) een karikatuur op verzoek. Met dank aan Stan Verdult voor de aanmoediging, het werd eens tijd. Ik weet dat het beeld dat van Spinoza bestaat via het schilderij in de Herzog-August-Bibliothek in Wolfenbüttel (zeg maar de bankbiljet-Spinoza) niet het meest betrouwbare is, maar voor een herkenbare karikatuur is beeldvorming toch belangrijker dan journalistieke integriteit.

In 2006/2007 heb ik een hoop mislukte pogingen gedaan Spinoza te karikaturiseren. In het kader van het Spinozajaar waren er toen maar liefst 3 Spinozologen uitgenodigd om de Spinoza-leerstoel te delen, en twee daarvan werden geïnterviewd voor Cimedart. Het portret van Herman de Dijn zorgde voor de nodige discussie op de burelen, omdat de interviewer er bezwaar tegen maakte dat zijn interviewee met een barokke schedel op het bureau werd afgebeeld. Een gekuiste versie verscheen uiteindelijk in Cimedart 37#2.


Het interview met Jonathan Israel (door mij en Liesbeth Beneder, om onverklaarbare reden niet downloadbaar op www.cimedart.nl) was ronduit een deceptie. De man is weliswaar uiterst attent en houdt galant elke deur open - vandaar deze wijze van afbeelden - maar bleek zich bij Verlichting weinig anders voor te stellen dan wetenschappelijk denken en een liberale politieke agenda. Verlichting als ex-post-begrip, Verlichting als intellectuele cultuur of way of life, Verlichting als Kollektivsingular - dat zei hem niets of weinig. Dat juist de Romantici dweepten met Spinoza en juist het Duits Idealisme hem gecanoniseerd heeft, lag gewoon aan een tendentieuze lezing, en het was belangrijk de Verlichtingsdenkers te blijven bestuderen want "the values of the Enlightenment are still worth fighting for".


maandag 26 januari 2009

Dansen of schaken?

Een vraag aan alle lezers

Lijkt taalvermogen meer op dansen of op schaken?

Zoals bekend is taalvermogen aan de ene kant een kwestie van strategisch handelen en de optimale zet kiezen, anderzijds een vermogen dat niet geheel transparant is voor de taalgebruiker. Spreken doe je met je hoofd en met je lichaam, met zwier en ritme maar ook met kennis van zaken. Welke van de twee metaforen zegt meer over hoe we met taal omgaan?

Originele reacties worden beloond
.


Overigens: filosofen die van dansen houden, en mensen die geïnteresseerd zijn in de relatie tussen dansen en cognitie, moeten vooral eens langsgaan op de site van Ivar Hagendoorn.

Otto's oto

(This one is for Adina Luncan, who was sitting in the same train as I reading the same two books, and who pointed my attention to Ernst Jandl and his poem Ottos mops. The effect of feeding nursery rhymes like these to Babelfish is really hilaric. I don't own a car and have no intention of buying one, but 'oto' was my first word.)



O
zo
trots
is
Otto
op zijn
oto.
Otto
klopt
op zijn
borst:
O!
wat
een mooie
oto
is mijn
oto.
Otto
droomt
dat ook
Oda
zegt:
O!
wat een mooie
oto,
Otto!
Zo groot
en zo
glanzend.