zondag 15 februari 2009

vrijdag 6 februari 2009

Russell en Wittgenstein, nogmaals

of: The case of the missing hippopotamus



Een van de eerste aanvaringen tussen Russell en Wittgenstein ging over de vraag of er in de kamer geen rhinoceros/olifant/nijlpaard aanwezig was. Douwe (zie reactie onder vorige post) had daarom gehoopt dat mijn afbeelding van Russell en Wittgenstein ergens onder tafel een nijlpaard zou bevatten. U vraagt en wij draaien.

Het is overigens een rhinoceros in Russell's brief aan Ottoline Morell over zijn nieuwe leerling, en een nijlpaard in zijn In Memoriam voor Wittgenstein in
Mind.

"My German engineer, I think, is a fool. He thinks nothing empirical is knowable- I
asked him to admit that there was not a rhinoceros in the room, but he wouldn’t." [1911]

"I invited him to consider the proposition: 'There is no hippopotamus in this room at present'. When he refused to believe this, I looked under all the desks without finding one; but he remained unconvinced." [1951]

Een omvangrijk artikel is te downloaden op de site van het Rhino Resource Center. Op YouTube zijn twee fragmenten te vinden uit Derek Jarman's film Wittgenstein: over de taal van leeuwen
en over obscene gebaren.

"
You always misunderstand me, Russell" is trouwens een uitspraak van vijfendertig jaar later, tijdens de beroemde aanvaring tussen Popper en Wittgenstein, beschreven in David Edmonds, Wittgenstein's Poker, waarbij Wittgenstein Popper met een haardpook bedreigd zou hebben.

Om dan toch nog met een hippo op de proppen te komen - onlangs zocht ik mijn oude tekeningen door op zoek naar een karikatuur van mezelf, en kwam zo mijn karikaturen uit mijn middelbare schooltijd weer tegen. Ik was helemaal vergeten dat ik dit negen jaar geleden getekend had. Volgens mij zijn onderstaande hippo's nooit verschenen in de Climax.



donderdag 5 februari 2009

3 duo's

Bertrand Russell & Ludwig Wittgenstein


Donald Davidson & Richard Rorty



Samuel Beckett & Marcel Proust


Broodnodige toelichting:

Samuel Beckett is weliswaar nauwer verbonden aan James Joyce, maar in zijn essay over Proust toch wel op zijn meest filosofisch. Lees hier een stuk erover op een Proustblog. Leuk voor Joyceanen: de Shem and Sam strips van Peter Walsh en Brian O'Toole.

Over Rorty's verhouding tot Davidson is de nodige discussie. Mijn eigen opvatting hierover is dat Rorty naar believen shopt in Davidson's taalfilosofie zonder er oog op te houden of de conclusies die hij van Davidson overneemt nog wel gelden binnen zijn eigen argumentatie. Ik was dan ook ronduit verbaasd om de volgende conversatie tussen Davidson en Rorty te zien, waarin Davidson juist zulke kritiek op Rorty tegenspreekt en Rorty prijst om de creatieve toepassing van DD's ideeën.
Donald Davidson als balletdanser? Dat klopt, dat was een van zijn kortstondige passies. Richard Rorty als Humpty Dumpty?