dinsdag 14 april 2015

In memoriam Günter Grass

Ook vandaag in hard//hoofd, bij een stuk van Olga Kortz


Louise, rot op

Vandaag in hard//hoofd
Beeld: Céline Talens



De kop spreekt voor zich. Het bestuur van de UvA heeft de ME ingezet om studenten uit het Maagdenhuis te jagen, terwijl die bezig waren met een vreedzaam ‘wetenschapsfestival’ met lezingen en workshops, en de bezetters toch al hadden aangekondigd daarna weg te gaan. Het leverde in elk geval de memorabele beelden op van gepantserde agenten die een lezing over de universiteit in de middeleeuwse samenleving verstoren en van docenten die buiten in de regen doorgaan met spreken met een kordon politiepaarden in hun rug. Wie nu nog denkt dat het College van Bestuur opkomt voor de belangen van de academische gemeenschap, lijdt aan cognitieve dissonantie.

De ontwikkelingen van afgelopen week waren ronduit verwarrend. Eerst leek er op dinsdagavond een akkoord over vreedzaam vertrek te zijn. De ochtend daarop lieten de bezetters, of een radicaal deel daarvan, weten dat er géén akkoord was, dat de acties op andere wijze door zouden gaan en dat ze voor de vierde keer het vertrek eisten van het College van Bestuur. Het bestuur reageerde door naar de rechter te stappen. Diezelfde dag verscheen een tweede, veel redelijker verklaring waarin werd opgesomd waar de bezetting goed voor geweest was en een waardig afscheid beloofd werd. Dat waardige afscheid heeft het CvB hen niet gegund.

Dat het CvB als pressiemiddel naar de rechter stapte valt nog te begrijpen. De eerste verklaring van De Nieuwe Universiteit was inderdaad een schoolvoorbeeld van onredelijke, verongelijkte zij-zijn-slecht-retoriek. Ik overwoog even het rode vierkantje van mijn revers te halen. Maar het machteloze, zinloze machtsvertoon van afgelopen weekend maakt met terugwerkende kracht zelfs de meest opgefokte rot-op-retoriek gerechtvaardigd. Ondertussen hebben ook meer dan 300 UvA-medewerkers per open brief het aftreden van Louise Gunning en kompanen bepleit. Ik heb daar weinig aan toe te voegen. Louise, wees redelijk en rot op.

maandag 6 april 2015

Zes tekenlessen en een hedendaags klooster

Gisteren in hard//hoofd, in het kader van de manifestatie Memory Machine


Ik lees in de U-Bahn. Er is weinig anders te doen. Het is een kwartier naar het Haus der Festspiele, een half uur naar Potsdammer Platz, drie kwartier naar Hamburger Bahnhof. Meestal lees ik, zoals gebruikelijk, vakliteratuur. Maar de eerste dagen in Berlijn las ik Six Drawing Lessons van William Kentridge; het zijn de lezingen die Kentridge gaf in Harvard terwijl hij bezig was met de multimediale installatie The Refusal of Time.

In Six Drawing Lessons probeert Kentridge, in woord en beeld, zich rekenschap te geven van hoe hij als kunstenaar met het beladen Zuid-Afrikaanse verleden omgaat. Hij vraagt zich aan het begin af wat hij als kunstenaar eigenlijk over geschiedenis te melden heeft, en zijn antwoord zit ergens verscholen in een passage die ik niet terug kan vinden: recht doen aan de kakafonie van de ervaring. Historische verbanden en associaties waaieren alle kanten op, en The Refusal of Time vangt dat in een indrukwekkende maalstroom van beelden. Het was de eerste keer dat ik als historicus jaloers was op een kunstenaar.

Meestal heb ik mijn schetsblok bij me. Dat is mijn manier om beter te kijken. Lang vertelde ik mezelf dat ik in vreemde steden moest kijken alsof ik het allemaal moest onthouden; tegenwoordig teken ik het na. Al zolang als ik me kan herinneren heb ik een preoccupatie met ‘schuldig landschap’: plekken die door de geschiedenis besmet zijn. Wat dat betreft zit ik goed in Berlijn. De stad is een monument voor zijn verdwenen zelf. Midden in het centrum zijn grote kale plekken, alsof het een kwart eeuw na de val van de muur nog altijd niemandsland is.

woensdag 1 april 2015

MaerzMusik, 2015 (3): Het lange nu ter afscheid

The Long Now, 29-30 maart, Kraftwerk (Berlijn)
Maerzmusik, Haus der Festspiele e.a., Berlijn, 20-29 maart
Vandaag op Gonzo(circus)

Thomas Köner, Tiento de las Nieves | Foto: Camille Blake

Eerst kwam dodelijke vermoeidheid. Toen koude rillingen en zweet dat aan alle kanten uitbrak. Toen die over waren, kwam misselijkheid. En daarna begon de hele cyclus weer opnieuw. Ondertussen speelde het vijf uur durende String Quartet No. 2 van Morton Feldman.

Afgelopen weekend sloot MaerzMusik met een dertig uur durend doorlopend concert in de immense, duistere hal van het Kraftwerk, onder de titel The Long Now. Het programma bestond onder andere uit langgerekte e-gitaartonen van Pierluigi Billone, een acht uur durende collage van documentaire beelden, live muziek en opgenomen stukken, een veertien uur durende helikopteropname van de voormalige BRD-DDR-grens, ambient noise, ambient met piano, en natuurlijk twee stukken van Morton Feldman. Eigenlijk duurde het maar 29 uur, want de zomertijd ging halverwege in, maar ook zo vroeg ik me van te voren af hoe ik in hemelsnaam meer dan een etmaal muziek aan één stuk zou moeten absorberen en recenseren. Het Noro-virus besliste voor me. Met nog een uur String Quartet No. 2 te gaan zat ik een hoekje te kotsen met vijf zaalwachten om me heen.

Ik kan dus niks zinnigs zeggen over Phill Niblocks megaproject The Movement of People Working en de e-gitaartonen van Pierluigi Billone, want dat was daarna. Wat ik de volgende dag nog wel heb meegekregen – en dat was prachtig – was Narbe Berlin van Burkhard von Harder en FM Einheit (oud-Einstürzende Neubauten). Het is een tegenhanger van Narbe Deutschland, dat de hele dag lang in een zijzaal te zien was waar de geluiden van de hoofdact naar binnen sijpelden. Bij die film duurt het wel even voor het kwartje valt: o ja, die streep in het landschap, dat is de voormalige grens! Het ziet er allemaal zo stil en vreedzaam uit. Bij Narbe Berlin heb je daar geen last van. Direct aan het begin krijg je een luide soundtrack in je gezicht, er staat een stellage waarop FM Einheit geluid maakt met metalen spiralen en brekende bakstenen, en in de voiceover klinken geluidsopnames die betrekking hebben op de Berlijnse Muur. Aangrijpend en toch ook grappig zijn de telefoongesprekken van een eenzame dissident die steeds weer de Centrale Vertegenwoordiging opbelt om te vragen waarom grenswachten op vluchtende burgers schieten. Aan het einde, als we al meermalen “Wir sind das Volk!” hebben horen scanderen, verkondigt Erich Honecker dat de DDR nog minstens tot 2004 zal bestaan. Ik heb met tranen in mijn ogen toegekeken (maar goed, ik had nog steeds koorts).

vrijdag 27 maart 2015

MaerzMusik, 2015 (2): Terugkijken op Georges Aperghis

Georges Aperghis, Récitations, Énumerations, A.T.E.M., Situations, Machinations, Haus der Berliner Festspiele | Berliner Philharmonie, 23-25 maart
Vandaag in Gonzo(circus)

Waar is Cathy Berberian als je haar nodig hebt? Die gedachte kwam bij me op bij Récitations van Georges Aperghis, een aaneenschakeling van 14 zang-lach-hijg-murmel-spreekstemstukken voor solo stem. Ooit moet het werk radicaal zijn geweest: drie kwartier lang aan een stuk door halfmuzikale, half-betekenisvolle geluiden en verder niks. Nog altijd is het een tour de force. Maar de uitvoering, afgelopen maandag in het Haus der Berliner Festspiele, was vooral heel statisch; een performance wou het maar niet worden, terwijl het nou juist niet een werk is dat je puur als muziek zou willen beluisteren. Het interessantste moment was nog wel, toen iemand in de zaal er doorheen begon te praten – dat was niet gechoreografeerd, maar het had wel even mogen doorgaan, gewoon voor de afwisseling.

Hoe radicaal en verfrissend Aperghis ooit was, kon je dinsdag zien bij de vertoning van Énumerations, een muziekfilm uit 1990. Het is alsof Gordon Matta-Clark en Pina Bausch samen een fluxus-performance houden in een slooppand, maar dan liefelijk en muzikaal. Een zestal performers beweegt en musiceert door alle gaten van een leegstaande villa, en maakt er zelf nog een paar gaten bij. Het instrumentarium bestaat daarbij uit trechtermegafoons, een klarinet, ingezaagde schoolbanken, een Rube Goldbergmachine en de lichamen van de uitvoerenden. Wat ze zeggen kun je niet echt verstaan, maar dat geeft niet – melodieuze praat is een constante in het oeuvre van Aperghis.

De film laat zien, kortom, hoe Aperghis in de jaren ’70 en ’80 de grenzen tussen muziek en theater doorbrak; in Énumerations letterlijk met een slopershamer. Niemand eerder heeft dat zo consequent gedaan. Daarmee zou je hem een van de wegbereiders van de moderne concertpraktijk kunnen noemen: iemand die niet zozeer nieuw noten schrijft alswel iets anders doet met die noten, voor wie muziek niet per se om de noten gaat. Dat MaerzMusik Aperghis eert met een retrospectief is dan ook terecht. Maar als het doel van dat retrospectief is om te laten zien dat zijn werk nog altijd actueel is, dan is dat mislukt.

maandag 23 maart 2015

MaerzMusik, 2015 (1): Het concert als minifestival

Ictus Ensemble | Ensemble Mosaik, Liquid Room, Haus der Berliner Festspiele, 20 maart
Gisteren op Gonzo(circus)


Concerten waarbij de muziek uit alle hoeken van de zaal komt en de stukken zonder pauze in elkaar overlopen zijn al vaker gedaan. De Night of the Unexpected deed het tien jaar lang in Paradiso en in Tivoli, met een combinatie van klassiek modern, electronica, progrock en alles wat daar tussen zit. Het lijkt een specialiteit van Vlaamse ensembles te zijn, want naast ICTUS hebben ook Champ d’Action en BL!NDMAN geëxperimenteerd met continue en versnipperde concertformats. De mogelijke voordelen van zo’n aanpak zijn evident: het publiek wordt uit z’n stoel geschopt en gedwongen op een actieve manier te luisteren, de stukken voegen iets aan elkaar toe, en door de verplaatsingen, overgangen en overlappingen ontstaat een spanningsboog door de avond heen. ‘Gangbaar’ zal zo’n opzet niet gauw worden; het gaat nog steeds om een paar concerten per jaar, en dat is ook goed zo, want het moet wel bijzonder blijven. Maar ondertussen zou je wel kunnen spreken van een subgenre in de nieuwe muziekpraktijk: het concert als minifestival.

Vrijdagavond opende in Berlijn het festival MaerzMusik met zo’n continu en versnipperd concert, onder de titel Liquid Room. Met een duur van vier uur en twee ensembles – ICTUS en ensemble Mosaik – om die tijd te vullen was het ook binnen het genre een tour de force. Terwijl een electro-akoestische trekdrum aan de ene kant van de zaal stond te ijveren met een elektrisch versterkte triangel aan de andere kant, werd op het derde podium alweer een nieuwe act opgebouwd. Ook voor het publiek was het een inspannende ervaring: het applaus dat uitbarstte toen de muzikale klok om twaalf uur ‘nul’ sloeg, klonk tegelijk ook als een applaus voor de eigen noeste luisterarbeid en als een zucht van verlichting. Gelukkig kon je in en uit lopen en voorzag de organisatie in kartonnen krukjes.

dinsdag 17 maart 2015

Bildung heute?

Vandaag in hard//hoofd


“Ik herinner me nog het moment dat ik vaststelde dat ik unpolitisch was geworden”, schreef ik een maand geleden, terugkijkend op mijn jaren in het studentenprotest en de artistieke ondergrondse. Alsof het zo bedoeld was verscheen een dag later een satirisch verhaal over een Burgerlul die wegloopt om zich in het Woeste, Grensverleggende Amsterdam te voegen bij de intelligentsia in de contramine, of de avant-garde, zulk spul. Het was geschreven door iemand die tien jaar jonger was dan ik. 

En nog dezelfde week werd het Bungehuis bezet, wat na ontruiming omsloeg in een nog altijd voortdurende ‘re-appropriation’ van het Maagdenhuis. “Ik moet nodig eens repolitiseren”, schreef ik aan een bevriende politiek filosoof. Maar daar was geen tijd voor. Terwijl het protest oversloeg van de studenten naar de docenten, was ik mijn koffers aan het pakken. En nu zit ik in een hypermodern klooster-achtig instituut in een Berlijnse villawijk onderzoek te doen naar onderwijshervormingen van twee eeuwen geleden.

Nog voordat het Bungehuis bezet werd, vroeg iemand me of er op dit moment met de crisis aan de UvA ook sprake was van een revolutie in de geesteswetenschappen. Ik vond dat een rare vraag. Profiel 2016, het ondertussen feitelijk afgedankte bezuinigings-plus-hervormingsplan van letterendecaan Frank van Vree, was meer een kopie van een Angelsaksisch model dan een baanbrekend nieuw idee. Allengs lijken de ontwikkelingen in Amsterdam al meer op een kleine revolutie. Maar het Maagdenhuis is geen Bastille. (De Bastille was trouwens, toen die bestormd werd, grotendeels leeg: er zaten nog twee gekken, een paar valsemunters en een vriend van Marquis de Sade.)