vrijdag 27 maart 2015

MaerzMusik, 2015 (2): Terugkijken op Georges Aperghis

Georges Aperghis, Récitations, Énumerations, A.T.E.M., Situations, Machinations, Haus der Berliner Festspiele | Berliner Philharmonie, 23-25 maart
Vandaag in Gonzo(circus)

Waar is Cathy Berberian als je haar nodig hebt? Die gedachte kwam bij me op bij Récitations van Georges Aperghis, een aaneenschakeling van 14 zang-lach-hijg-murmel-spreekstemstukken voor solo stem. Ooit moet het werk radicaal zijn geweest: drie kwartier lang aan een stuk door halfmuzikale, half-betekenisvolle geluiden en verder niks. Nog altijd is het een tour de force. Maar de uitvoering, afgelopen maandag in het Haus der Berliner Festspiele, was vooral heel statisch; een performance wou het maar niet worden, terwijl het nou juist niet een werk is dat je puur als muziek zou willen beluisteren. Het interessantste moment was nog wel, toen iemand in de zaal er doorheen begon te praten – dat was niet gechoreografeerd, maar het had wel even mogen doorgaan, gewoon voor de afwisseling.

Hoe radicaal en verfrissend Aperghis ooit was, kon je dinsdag zien bij de vertoning van Énumerations, een muziekfilm uit 1990. Het is alsof Gordon Matta-Clark en Pina Bausch samen een fluxus-performance houden in een slooppand, maar dan liefelijk en muzikaal. Een zestal performers beweegt en musiceert door alle gaten van een leegstaande villa, en maakt er zelf nog een paar gaten bij. Het instrumentarium bestaat daarbij uit trechtermegafoons, een klarinet, ingezaagde schoolbanken, een Rube Goldbergmachine en de lichamen van de uitvoerenden. Wat ze zeggen kun je niet echt verstaan, maar dat geeft niet – melodieuze praat is een constante in het oeuvre van Aperghis.

De film laat zien, kortom, hoe Aperghis in de jaren ’70 en ’80 de grenzen tussen muziek en theater doorbrak; in Énumerations letterlijk met een slopershamer. Niemand eerder heeft dat zo consequent gedaan. Daarmee zou je hem een van de wegbereiders van de moderne concertpraktijk kunnen noemen: iemand die niet zozeer nieuw noten schrijft alswel iets anders doet met die noten, voor wie muziek niet per se om de noten gaat. Dat MaerzMusik Aperghis eert met een retrospectief is dan ook terecht. Maar als het doel van dat retrospectief is om te laten zien dat zijn werk nog altijd actueel is, dan is dat mislukt.

maandag 23 maart 2015

MaerzMusik, 2015 (1): Het concert als minifestival

Ictus Ensemble | Ensemble Mosaik, Liquid Room, Haus der Berliner Festspiele, 20 maart
Gisteren op Gonzo(circus)


Concerten waarbij de muziek uit alle hoeken van de zaal komt en de stukken zonder pauze in elkaar overlopen zijn al vaker gedaan. De Night of the Unexpected deed het tien jaar lang in Paradiso en in Tivoli, met een combinatie van klassiek modern, electronica, progrock en alles wat daar tussen zit. Het lijkt een specialiteit van Vlaamse ensembles te zijn, want naast ICTUS hebben ook Champ d’Action en BL!NDMAN geëxperimenteerd met continue en versnipperde concertformats. De mogelijke voordelen van zo’n aanpak zijn evident: het publiek wordt uit z’n stoel geschopt en gedwongen op een actieve manier te luisteren, de stukken voegen iets aan elkaar toe, en door de verplaatsingen, overgangen en overlappingen ontstaat een spanningsboog door de avond heen. ‘Gangbaar’ zal zo’n opzet niet gauw worden; het gaat nog steeds om een paar concerten per jaar, en dat is ook goed zo, want het moet wel bijzonder blijven. Maar ondertussen zou je wel kunnen spreken van een subgenre in de nieuwe muziekpraktijk: het concert als minifestival.

Vrijdagavond opende in Berlijn het festival MaerzMusik met zo’n continu en versnipperd concert, onder de titel Liquid Room. Met een duur van vier uur en twee ensembles – ICTUS en ensemble Mosaik – om die tijd te vullen was het ook binnen het genre een tour de force. Terwijl een electro-akoestische trekdrum aan de ene kant van de zaal stond te ijveren met een elektrisch versterkte triangel aan de andere kant, werd op het derde podium alweer een nieuwe act opgebouwd. Ook voor het publiek was het een inspannende ervaring: het applaus dat uitbarstte toen de muzikale klok om twaalf uur ‘nul’ sloeg, klonk tegelijk ook als een applaus voor de eigen noeste luisterarbeid en als een zucht van verlichting. Gelukkig kon je in en uit lopen en voorzag de organisatie in kartonnen krukjes.

dinsdag 17 maart 2015

Bildung heute?

Vandaag in hard//hoofd


“Ik herinner me nog het moment dat ik vaststelde dat ik unpolitisch was geworden”, schreef ik een maand geleden, terugkijkend op mijn jaren in het studentenprotest en de artistieke ondergrondse. Alsof het zo bedoeld was verscheen een dag later een satirisch verhaal over een Burgerlul die wegloopt om zich in het Woeste, Grensverleggende Amsterdam te voegen bij de intelligentsia in de contramine, of de avant-garde, zulk spul. Het was geschreven door iemand die tien jaar jonger was dan ik. 

En nog dezelfde week werd het Bungehuis bezet, wat na ontruiming omsloeg in een nog altijd voortdurende ‘re-appropriation’ van het Maagdenhuis. “Ik moet nodig eens repolitiseren”, schreef ik aan een bevriende politiek filosoof. Maar daar was geen tijd voor. Terwijl het protest oversloeg van de studenten naar de docenten, was ik mijn koffers aan het pakken. En nu zit ik in een hypermodern klooster-achtig instituut in een Berlijnse villawijk onderzoek te doen naar onderwijshervormingen van twee eeuwen geleden.

Nog voordat het Bungehuis bezet werd, vroeg iemand me of er op dit moment met de crisis aan de UvA ook sprake was van een revolutie in de geesteswetenschappen. Ik vond dat een rare vraag. Profiel 2016, het ondertussen feitelijk afgedankte bezuinigings-plus-hervormingsplan van letterendecaan Frank van Vree, was meer een kopie van een Angelsaksisch model dan een baanbrekend nieuw idee. Allengs lijken de ontwikkelingen in Amsterdam al meer op een kleine revolutie. Maar het Maagdenhuis is geen Bastille. (De Bastille was trouwens, toen die bestormd werd, grotendeels leeg: er zaten nog twee gekken, een paar valsemunters en een vriend van Marquis de Sade.)

dinsdag 3 maart 2015

Democratie uitvinden

vandaag in hard//hoofd

Jacques-Louis David, Le Serment du Jeu de Paume (1791)

Het was fascinerende televisie, de livestream uit het Maagdenhuis afgelopen woensdag. Niet eens zozeer omdat het Maagdenhuis bezet werd; want zodra je eenmaal binnen bent, bestaat een bezetting vooral uit eindeloos wachten en praten. Ook niet omdat bestuursvoorzitter Louise Gunning live op een beschaafde manier vernederd werd; wat verwacht je anders, als je tegenover een paar honderd mensen die je aftreden eisen geen andere boodschap hebt dan of ze alsjeblieft weg willen gaan, en zonder tekst zit als ze dat niet doen? Maar het was fascinerend om te zien hoe er ter plekke een democratie in elkaar geknutseld werd, compleet met voorzitters, een gebarentaal om verschillende vormen van spreektijd aan te vragen, de efficiënte stemvorm van ‘temperatuur peilen’, en de ‘menselijke microfoon’. Dit alles in steenkolenengels, zodat de eventuele internationale student niet zou worden uitgesloten. ‘You have to respect the rules of our General Assembly’, kreeg Louise Gunning te horen. Naderhand excuseerde de voorzitter zich voor de camera dat het allemaal zo rommelig ging. Die excuses waren niet nodig; ze hadden duidelijk praktijkervaring opgedaan de voorafgaande dagen in het Bungehuis.

Wat je in feite zag, in de non-discussie met Louise en in de beter geslaagde interventie van Van der Laan later die avond, was een confrontatie tussen twee opvattingen van democratie. Van der Laan beriep zich op procedures en de rechtsstaat; dingen die je, hoe je het ook wendt of keert, inderdaad nodig hebt om beleid te maken, maar die je niet moet verwarren met het democratisch proces zelf. De bezetters daarentegen creëerden hun eigen bubbel; besluiten worden genomen binnen de vergadering en binnen de vergadering is iedereen gelijk.

woensdag 25 februari 2015

maandag 9 februari 2015

Conceptual Change in the History of the Humanities (des weiteren)

Published today in Studium Tijdschrift voor Wetenschaps- en Universiteitsgeschiedenis 7:4 (2014)


'Conceptual Change in the History of the Humanities' is an article with a history. I started it in early 2011 in the hope of getting a PhD position if I could get something published. Abandoned it because of more pressing demands. Got a PhD position in late 2011 anyway. Finished the article as an essay for a graduate seminar in 2012. Submitted it with an A-journal later that year. Received a rejection after six months. Put the draft online. Finally reworked it and submitted it with Studium. The published version is approx. version 10. It feels like a former self talking. But it still makes sense.
Abstract
Was there ever a ‘scientific revolution’ in the Humanities, and to what extent is that notion applicable to the Humanities at all? In this article, I formulate various ways in which to answer that question. These options emerge from a discussion of what I identify as the ‘Standard Account’ of developments in the Humanities around 1800, the essentials of which are in the work of Michel Foucault, Hans-Georg Gadamer, and Isaiah Berlin. Without calling it as such, the Standard Account amounts to a description of a scientific revolution. However, this Account works as a model and a set of tacit assumptions rather than as an explicit article of faith, and all of its tenets have been criticized. Making its assumptions and shortcomings explicit leaves one with four alternatives: 1. in spite of all shortcomings and criticism, the Standard Account is largely correct; 2. there was a revolution, but it was different; 3. there were various breakthroughs and more or less revolutionary events rather than one revolution; or 4. there was no revolution in the Humanities at all. Evaluating these alternatives also throws a new light on the dynamics of conceptual change – how the humanities bring forth new ideas.
Full version here (open access)