vrijdag 2 september 2016

Het Glazen Tijdperk



I.

Mensen-
kinderen,
luister goed!

Het vel dat om
uw vlees heen zit,
zal niet langer
uw buitenste huid zijn.
Het bloed waarvoor
u fles bent
zal zuurder smaken.
U zult andere
handen krijgen.

De lang-
verwachte
virtuele eeuw
breekt aan!

U zult doorzichtiger worden;
daarom heet dit het Glazen Tijdperk.
Zelfs de lucht zal veranderen,
u zult zwemmen door vloeibaar glas.

Ik vrees de dood niet want ik ben historicus

Voor NWO


Ik vrees de dood niet want ik ben historicus
Ik laat de tijd naar mijn pijpen dansen
Data dwarrelen samen waar ik mijn weerhaken sla
Ik breek het verleden los als bliksem de donder

Maar
meer dan de dood vrees ik het apparaat

Het apparaat dat over mij oordeelt
Het archief dat alles ziet
De kippenslachtmachine die
over mijn doen en laten waakt

O akelige, nationale onderzoeksraad

woensdag 24 augustus 2016

Vrijheid is Frictie

Naar mijn lezing op het Brainwash Festival, oktober 2015
Eerder deze maand op hard//hoofd




Het leven is vol van tragedies. Ik bestel een lamsspies en vraag me direct af of ik niet beter de coq au vin had kunnen nemen – en zodra de lamsspies geserveerd wordt, weet ik zeker dat ik liever de coq au vin had genomen. Dat is overkomelijk, maar binnen de microkosmos van die keuze is het tragisch. Wat ik ook doe, er is geen manier om aan de teleurstelling over mijn eigen keuzes te ontkomen.

We verhogen de inzet wat. Een fascinerend persoon vraagt of ik naar een of ander poëziefestival ergens ver weg in het Westelijk Havengebied kom. Dat festival interesseert me natuurlijk geen klap maar die persoon wel, en ik moet eigenlijk eerst nog wat achttiende-eeuwse boeken doornemen voor mijn proefschrift. Dus ik sms terug ‘misschien’ en spring op de fiets met het plan om alleen even langs te flitsen, hoi te zeggen en weer weg te gaan. Blijkt een uur fietsen later dat er vijftien euro entree geheven wordt. Da’s toch wel veel geld om even hoi te zeggen. Dus ik zeg ‘nee bedankt’ en fiets weer terug. Het was best een mooie dag om gewoon een stukje te fietsen, maar toch: leg me uit waar ik mee bezig ben.

Het tragische is dat dit alles helemaal niet zo irrationeel is. De coq au vin was misschien ook tegengevallen en eigenlijk hou ik helemaal niet van poëziefestivals. Ik weet wat ik doe en waarom ik het doe, en toch lijk ik een soort speelbal van mijn eigen keuzes te worden. Er is simpelweg geen doorslaggevende reden om het een of het ander te kiezen, en dat is nou juist wat het een echte keuze maakt. Anders konden we onze keuzes wel laten bepalen door een keuzeoptimalisatiealgoritme, en daarmee eigenlijk onze vrije wil inruilen voor een procedure.

woensdag 15 juni 2016

Was there ever not a crisis in the humanities?

Essay that won the second prize in the Shout out for the Humanities competition, organized by advocacy group 4humanities.org. Personally, I consider the Humanities as an explanandum rather than something to shout out for, but it still makes sense to explain why we're in this game.

Image: Bernard Picart, The Muses warming themselves by the fire of bad books


Rumours have it that there is a crisis in the Humanities. That news is not new. According to one tract, there are four reasons for it:
  • The classics are edited badly.
  • Scholars promise too much, and then cannot live up to the expectations.
  •  Scholars quarrel too much, and thereby give the Humanities a bad name.
  • There is no money in it.
That is what theologist and journalist Jean le Clerc, one of the most prominent voices in the Republic of Letters of his day, wrote in 1699 in the first volume of his Parrhesiana. Especially point 4 still rings familiar.

The most recent episode in that crisis seems to have taken place last year, as a wave of student protests washed over Canada, the Netherlands and the UK opposing budget cuts, college fee rises and staff and student disempowerment especially in the non-STEM disciplines. No one complained about bad editions of the classics, but everyone involved seemed to agree that the university was not living up to its promises and instead leaving staff and students in the cold. One widely shared article compared academia to a Ponzi scheme, since it asks students to bury themselves in debt with the promise of jobs that they will rarely get, and if so only after years in graduate and post-doc limbo. If devoting your life to learning becomes like borrowing money from the mob, then something has gone gravely wrong indeed.

maandag 13 juni 2016

Er kleeft geen boekenstof aan

Louis Andriessen / DNO / Asko|Schönberg / The Quay Brothers: Theatre of the World
Gezien: 11 mei in Carré
Vandaag in Theaterkrant


The Last Man who Knew Everything, is de titel van een bundel over Athanasius Kircher (1602-1680). Die titel is ironisch: Kircher was vooral iemand die dacht alles te weten, die de ‘Egyptische wijsheden’ op alle obelisken in Rome vertaalde, speculeerde over de onderaardse wereld en over reizen langs de planeten, een wonderkamer vulde met naturalia en antiquaria, een ‘componeermachine’ ontwierp en kikkers weer tot leven probeerde te wekken.

Maar een knooppunt van kennis was hij zeker: in het Collegio Romano zat hij in het centrum van het wereldwijde Jezuïtische correspondentienetwerk, en met steun van de Paus liet hij zijn toch mild ketterse, prachtig geïllustreerde werken verschijnen in Amsterdam. In later eeuwen werd Kircher een curiosum voor bibliofielen en wetenschapshistorici; rond de eeuwwisseling is hij, mede door toedoen van Umberto Eco en een drietal tentoonstellingen, uitgegroeid tot een cultfiguur.

De nieuwe opera van Louis Andriessen, Theatre of the World, is dan ook niet de eerste artistieke adaptatie van het leven en werk van Vader Athanasius. Wel is het, als vlaggenschip-productie van DNO en het Holland Festival, beslist de grootste tot nu toe. De gebroeders Quay, die twee jaar geleden een fenomenale tentoonstelling in EYE hadden van hun lugubere marionettenspelen en stop-motion-animaties, ontwierpen het decor. Louis Andriessen is niet alleen de enige levende Nederlandse componist die school gemaakt heeft, hij heeft ook een reputatie voor pittige onderwerpen, zoals Che Guevara (Reconstructie), seks met paarden (Rosa, a horse drama) en seks met je vader (Anaïs Nin). Alle ingrediënten aanwezig, kortom, voor een geest- en zinnenprikkelend totaalkunstwerk.

En toen kon het natuurlijk alleen maar tegenvallen.

dinsdag 24 mei 2016

Oude nieuwe tendensen

In memoriam François Morellet (1925-2016)
 vandaag op hard//hoofd

Het was in het regionale museum van Brest (Bretagne), in de zomer van 2009, dat ik voor het eerst kennismaakte met het werk van François Morellet en zijn geestverwanten van de Groupe de Récherche d’Art Visuel. Het was een eens-in-het-jaar-revelatie die ik niet had verwacht na rijen suffe zeegezichten en Bretonse vissersdorpen te hebben geswipet. Waarom, dacht ik, heeft niemand me dit eerder verteld?

GRAV, opgericht in 1960, stond een zakelijk en onpersoonlijk soort kunst voor, voortgebracht door rigide regels en procedures, die niks meer zou representeren of uitdrukken en ook niet meer zo nodig met verf gemaakt hoefde te worden. Tenminste, dat was de theorie. In de praktijk sloop er aardig wat vindingrijkheid en geknutsel in het werk van de ‘onderzoeksgroep’. Overlappende rasters, draaiende balkjes, verschoven vierkanten en moiré-effecten werden geometrisch speelgoed, waarbij je als kijker een zekere vrolijke duizeling moest overwinnen om uit te pluizen hoe dat patroon nou eigenlijk in elkaar zat.

sérigraphies

Twee weken geleden is François Morellet overleden, op 90-jarige leeftijd, in het gehucht onder de rook van Nantes waar hij 70 jaar atelier hield en decennialang een fabriekje voor speelgoedautootjes runde. Het nieuws stond pas tien dagen later in NRC, hoewel hij, volgens het in memoriam in die krant, net bezig was gehypet te worden. Vanwege zijn 90e verjaardag waren er retrospectieven in Londen, Sao Paolo, Parijs en ook bij Art Affairs in Amsterdam. Kort voor zijn dood schreef The Art Newspaper over Morellet &co, die nu eindelijk wijdere erkenning kregen, en wiens werk desondanks nog lekker laag geprijsd was. De suggestieve kop was ‘OFAs (Old French Artists) are the new YBAs’ [Young British Artists].

woensdag 6 april 2016

Stofhopen en Mijnwerkershymnen

Gisteren op hard//hoofd



Het was door een foto van demonstranten bij het Wildersproces, vreemd genoeg, dat ik moest denken aan The Miners’ Hymns. In die prachtige zwijgende documentaire, samengesteld uit archiefbeelden, zie je het leven van mijnwerkers in Noord-Engeland. Het zijn mannen met knoestige koppen die beestachtig worden afgebeuld, terwijl hun kinderen spelen in de stofhopen. Het lot van hun vrouwen blijft grotendeels buiten beeld. Een verdwenen wereld, die je niet graag terug zou willen. Maar zielig zijn ze niet: je ziet hoe ze samen de mijn in gaan, en op zondag bij politieke rally’s trots met hun bombastische vakbondsvaandels achter de grote trom aan trekken. Ondertussen speelt op de soundtrack een heroïsche, postminimalistische mars.

Het is een pijnlijk soort nostalgie. De aantrekkingskracht van de sociaal-democratie, een eeuw lang, lag in de boodschap dat je meer was dan een werkpaard, de belofte dat je kinderen een beter leven zouden krijgen dan jij. Conservatieven begrepen die aantrekkingskracht ook en kwamen met een gezagsgetrouwe variant erop: Bismarck voerde de eerste sociale wetgeving in om de rooien de wind uit de zeilen te nemen, Abraham Kuyper richtte een partij, een krant, een omroep en een universiteit op ten behoeve van de kleine luiden. De naoorlogse verzorgingsstaat is gebouwd op de coalitie en concurrentie van die twee partijen.

Wie wil zien waar dat is misgegaan hoeft maar het centrum van Amsterdam in te gaan. De trotse maar uitgeknepen mijnwerkers uit The Miners’ Hymns hadden zich bij een beter leven voor hun kleinkinderen vast iets anders voorgesteld dan een stel dronken Britse toeristen op een bierfiets.